2025, Bijstand aan het werk.
Eind maart 2025 ontvingen 408.000 mensen tot de AOW-leeftijd (67 jaar) een bijstandsuitkering, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dit is een stijging van ongeveer 4.000 mensen ten opzichte van een jaar eerder, wat neerkomt op een toename van 1 procent. De groei van het aantal bijstandsuitkeringen zit vooral bij jongvolwassenen tot 27 jaar. De meeste mensen met een bijstand uitkering werken niet. Van de niet-werkende bijstandsontvangers wil of kan 47 procent niet werken
In 2025 zijn er verschillende bijstandsuitkeringen, afhankelijk van de situatie van de persoon. Voor een alleenstaande vanaf 21 jaar tot de AOW-leeftijd is de norm €1369,06 per maand. Voor gehuwden of samenwonenden vanaf 21 jaar tot de AOW-leeftijd is de norm €1955,80 per maand. Deze bedragen gelden vanaf 1 juli 2025. Daarnaast zijn er ook andere normen, zoals voor alleenstaande ouders of kostendelers. Het exacte bedrag kan variëren afhankelijk van de specifieke situatie en eventuele toeslagen of kortingen.
De Nederland Opnieuw wil dat iedereen onder de 60 jaar, die niet arbeidsongeschikt is kan werken in de plantsoenen dienst. Dat maakt de sprong naar regulier werk gemakkelijker. De Nederland Opnieuw denkt aan 4 dagen werk voor mannen en vrouwen zonder kinderen en aan 4 x 1/2 dag voor vrouwen met kinderen. De Nederland Opnieuw vindt de keuring van arbeidsongeschikten vanaf 60 jaar ongewenst.
In februari 2025 is het aantal werklozen gestegen naar 392 duizend. De werkloosheid nam vooral toe onder 25- tot 45-jarigen. In de afgelopen drie maanden kwamen er gemiddeld 7 duizend werklozen per maand bij. Hiermee kwam het werkloosheidspercentage in februari uit op 3,8%. Als migranten even vaak een baan zouden hebben als Nederlanders zonder migratieachtergrond, dan zouden zo’n 331.000 meer migranten werken dan nu het geval is. Vooral bij Turkse, Marokkaanse en Syrische migranten is het onbenut arbeidspotentieel hoog. Om te zorgen dat meer van hen aan het werk komen, is vooral een goede opleiding en meer kennis van de Nederlandse taal belangrijk, zegt het orgaan. “Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals erkenning van buitenlandse diploma’s, (opvattingen over) de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en discriminatie.